Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
bezwaarschrift ex artikel 32, lid 4, van het Wetboek van Strafvorderingin de zaak tegen de verdachte:
Rechtbank Den Haag
In deze strafzaak diende de raadsman van de verdachte een bezwaarschrift in tegen het niet tijdig verstrekken van de processtukken door de officier van justitie. De rechter-commissaris beoordeelde het bezwaar en stelde vast dat het bezwaarschrift tijdig was ingediend.
De rechter-commissaris overwoog dat het uitgangspunt is dat de verdachte kennisneemt van alle relevante processtukken, maar dat in deze fase het dossier nog zorgvuldig wordt samengesteld door het OM. De korte termijn die de raadsman stelde was onredelijk gezien de complexiteit en omvang van de zaak.
Daarom concludeerde de rechter-commissaris dat er geen sprake was van onthouden van processtukken en verklaarde het bezwaarschrift ongegrond. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen het onthouden van processtukken wordt ongegrond verklaard.