ECLI:NL:RBDHA:2017:7231
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na ongegrondverklaring beroep
Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 28 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft deze aanvraag bij besluit van 14 juni 2017 niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeker stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag.
Tegelijkertijd verzocht verzoeker de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om het bestreden besluit voorlopig buiten werking te stellen. Op 27 juni 2017 vond de mondelinge behandeling plaats waarbij beide partijen zich lieten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.
De rechtbank heeft het beroep in de bodemzaak (zaaknummer NL17.3187) ongegrond verklaard, waardoor het verzoek om een voorlopige voorziening overbodig werd. De voorzieningenrechter wees het verzoek daarom af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd op 3 juli 2017 in het openbaar gedaan door voorzieningenrechter M.M. Meijers.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep in de bodemzaak ongegrond is verklaard.