ECLI:NL:RBDHA:2017:7611
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning asiel wegens internationale bescherming in Italië
Eiser, een Gambische nationaliteit hebbende persoon, heeft op 22 april 2017 in Nederland een verzoek om internationale bescherming ingediend. Verweerder heeft de aanvraag niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser reeds internationale bescherming geniet in Italië. Eiser betoogde dat hij in Italië geen adequate opvang en werk kan vinden en dat terugkeer in strijd is met artikel 3 EVRM Pro vanwege de slechte omstandigheden.
De rechtbank overweegt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt tussen Nederland en Italië, en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Italië zijn internationale verplichtingen niet nakomt. De verwijzingen naar rapporten over opvang en voorzieningen zijn onvoldoende om te concluderen dat terugkeer in strijd is met artikel 3 EVRM Pro. Het feit dat eiser problemen ondervindt met arbeid en huisvesting betekent niet dat Italië zijn verplichtingen schendt.
Het beroep is ter zitting door de gemachtigde van eiser ingetrokken en wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M.M. Meijers en griffier J.P. Brand op 11 juli 2017.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.