ECLI:NL:RBDHA:2017:7720
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens Dublinverordening en verantwoordelijkheid Italië
Eiseres, een Iraanse vrouw, diende een asielaanvraag in Nederland in, maar deze werd niet in behandeling genomen omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Nederland had bij Italië een verzoek tot overname gedaan dat door Italië werd aanvaard. Eiseres betwistte de verantwoordelijkheid van Italië en stelde dat zij niet met het visum naar Italië is gereisd, en dat zij niet correct is gehoord met een registertolk.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit terecht was gebaseerd op artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en de Dublinverordening. Het visum was verstrekt en geldig, en eiseres had onvoldoende bewijs geleverd dat zij niet via Italië was binnengekomen. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel werd bevestigd, en er was geen reden om aan te nemen dat Italië haar internationale verplichtingen niet nakomt of dat overdracht aan Italië onredelijk zou zijn.
Verder was het gebruik van een niet-registertolk gemotiveerd vanwege spoed, en er was geen sprake van miscommunicatie. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.