ECLI:NL:RBDHA:2017:7727
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, een Iraanse nationaliteit dragende persoon, diende op 4 april 2017 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek.
Eiser betoogde dat hij in Duitsland werd gediscrimineerd en zich daar niet veilig voelde, en dat zijn eerdere asielaanvraag in Duitsland nog niet inhoudelijk was beoordeeld. De rechtbank stelde vast dat Duitsland het verzoek om terugname had aanvaard en dat eiser geen aannemelijke gronden had gesteld voor systeemfouten in de Duitse asielprocedure die een reëel risico op onmenselijke behandeling zouden vormen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het verzoek niet in behandeling nam en dat eiser onvoldoende had onderbouwd dat hij geen effectieve rechtsmiddelen in Duitsland had. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.