Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
hey… Blocky (fon) ging toch langs rennen bij die camera?
he?
Blocky ging toch langs rennen bij die camera?
he?
Blocky Blocky hij rende bij die camera! jij staat er ook op he.
Ik ook?
Ja, ik zweer bij Allah.
Heb je het gezien.
Ik heb het gezien, ik zweer. Er staat alles op.
Heb je mij gezien of niet?
Hah?
Heb je mij gezien?
Ja.
Mijn hoofd (gezicht)?
Ja, maar je moet niet veel praten he.
Heb je mijn hoofd (gezicht) gezien?
Ja.
Duidelijk?
Hah?
Duidelijk?
twee(rennende) personen te zien zijn. Het kan daarom niet anders dan dat [medeverdachte] het heeft over deze camerabeelden. En hoewel op basis van (de kwaliteit van) deze beelden geen specifieke uiterlijke kenmerken kunnen worden waargenomen, is het evident dat [medeverdachte] weet wie naar zijn overtuiging op deze beelden te zien zijn, namelijk de verdachte en “Blocky”.
4.De strafbaarheid van het feit
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De toepasselijke wetsartikelen
8.De beslissing
wettig en overtuigend bewezendat de verdachte het hem primair ten laste gelegde feit heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:
50 (vijftig) DAGEN;
34 (vierendertig) DAGEN,
nietten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden;
werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid, voor de tijd van
100 (honderd) UREN;
50 (vijftig) DAGEN;