ECLI:NL:RBDHA:2017:7923
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bepaling hoofdverblijfplaats en zorgregeling minderjarige kinderen na scheiding
De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek tot vaststelling van de hoofdverblijfplaats en de zorg- en opvoedingstaken van twee minderjarige kinderen na een scheiding. De kinderen zijn vanwege hun verleden en zorgbehoeften tijdelijk onder toezicht gesteld en geplaatst bij de grootouders moederszijde.
De Raad voor de Kinderbescherming en het Regiecentrum gaven advies en rapporteerden over de situatie, waarbij werd geconcludeerd dat het in het belang van de kinderen is dat zij gezamenlijk bij de grootouders blijven wonen, met een geleidelijke uitbreiding van de verzorgende rol van de moeder. De moeder toont inzet maar heeft nog ondersteuning nodig vanwege haar beperkingen.
De rechtbank volgde het advies van de Raad en bepaalde dat de hoofdverblijfplaats bij de moeder komt, waarbij de machtiging tot uithuisplaatsing nog loopt en nader wordt bekeken wanneer de kinderen thuis kunnen wonen. De zorgregeling bepaalt dat de vader de kinderen om de twee weken in het weekend en de helft van de vakanties ontvangt, met ondersteuning van zijn netwerk en begeleiding van het Regiecentrum.
De rechtbank wees het meer of anders verzochte af en verklaarde de bepalingen uitvoerbaar bij voorraad. Zowel de vader als het Regiecentrum stemden in met de regeling, en de moeder erkende dat voor haar nog geen zorgregeling was aangevraagd binnen deze procedure.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van de minderjarige kinderen wordt bij de moeder vastgesteld met een zorgregeling voor de vader om de twee weken het weekend en de helft van de vakanties.