ECLI:NL:RBDHA:2017:7929
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering visum kort verblijf wegens onvoldoende binding met land van herkomst
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Buitenlandse Zaken om haar visumaanvraag voor kort verblijf af te wijzen. De rechtbank heeft op 29 juni 2017 mondeling uitspraak gedaan na een enkelvoudige zitting.
De beoordeling richtte zich op de vraag of eiseres voldoende sociale en economische binding heeft met Marokko om haar tijdige terugkeer te waarborgen. De rechtbank oordeelde dat eiseres geen economische binding heeft, omdat zij niet werkt, geen studie volgt en niet aannemelijk heeft gemaakt hoe zij in haar levensonderhoud voorziet. Daarnaast is de sociale binding onvoldoende, aangezien zij jong, ongehuwd is, geen kinderen heeft en niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij daadwerkelijk zorgt voor haar hulpbehoevende moeder.
De rechtbank stelde vast dat de minister een ruime beoordelingsruimte heeft en dat het aan eiseres is om haar terugkeer aannemelijk te maken. Gezien het ontbreken van voldoende bindingen kon de minister redelijkerwijs twijfelen aan het voornemen van eiseres om tijdig terug te keren. De rechtbank vond geen schending van de hoorplicht en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van het visum kort verblijf wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende binding met Marokko.