ECLI:NL:RBDHA:2017:7930
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens overdracht aan Oostenrijk
Eiser, van Egyptische nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in, maar deze werd niet in behandeling genomen omdat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Eiser stelde dat overdracht aan Oostenrijk indirect refoulement oplevert, omdat hij daar zou worden uitgeprocedeerd en mogelijk uitgezet naar Egypte.
De rechtbank oordeelde dat de enkele stelling van uitgeprocedeerd zijn onvoldoende is voor het aannemen van indirect refoulement. Oostenrijk heeft via het claimakkoord toegezegd de aanvraag te behandelen en is gebonden aan Europese mensenrechtennormen. Eiser voerde ook aan dat zijn medische situatie, waaronder psychische ontregeling, suïcidaliteit en verslaving, bijzondere omstandigheden zijn die overdracht onevenredig hard maken.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht geen aanleiding zag om de aanvraag in behandeling te nemen of nader medisch onderzoek te doen. De medische stukken toonden geen ernstige mentale aandoening met reëel en bewezen risico op onmenselijke behandeling bij overdracht. Verweerder nam voldoende maatregelen om overdracht medisch verantwoord te laten verlopen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wegens overdracht aan Oostenrijk wordt ongegrond verklaard.