ECLI:NL:RBDHA:2017:7938
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, diende op 8 mei 2017 een asielaanvraag in. Uit het Eurodac-systeem bleek dat hij op 25 januari 2016 reeds in Duitsland internationale bescherming had aangevraagd. Verweerder, de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, besloot daarom de aanvraag niet in behandeling te nemen en vroeg Duitsland om terugname op grond van artikel 18 van Pro de Dublinverordening. Duitsland stemde hiermee in.
De rechtbank oordeelde dat Duitsland terecht verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag, aangezien de eerste aanvraag daar was ingediend. Het beroep van eiser dat terugkeer naar Duitsland niet mogelijk zou zijn vanwege een eerdere afwijzing en mogelijke terugzending naar Marokko, faalde omdat Duitsland het terugnameverzoek had geaccepteerd en de asielprocedure conform Europese richtlijnen zal uitvoeren.
Daarnaast vond de rechtbank de aangevoerde humanitaire omstandigheden niet zodanig bijzonder dat toepassing van de humanitaire clausule van artikel 17 van Pro de Dublinverordening gerechtvaardigd was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.