ECLI:NL:RBDHA:2017:8014
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot verwijdering van gedetineerde van GVM-lijst wegens vluchtgevaar
Eiser, een gedetineerde overgebracht uit Duitsland, werd op 14 september 2016 op de GVM-lijst geplaatst met het risicoprofiel 'verhoogd' vanwege mogelijk vluchtgevaar. Deze plaatsing was gebaseerd op recente en eerdere informatie van Duitse en Belgische autoriteiten, waaronder een e-mail van het Openbaar Ministerie te Aken en het Personalblat van de penitentiaire inrichting in Aken.
Eiser vorderde in kort geding zijn verwijdering van de GVM-lijst, stellende dat de informatie waarop de plaatsing was gebaseerd onjuist, verouderd en onvoldoende concreet was, en dat er geen actueel vluchtgevaar bestond. De Staat voerde gemotiveerd verweer en stelde dat het Operationeel Overleg een ruime beoordelingsvrijheid heeft en op basis van de beschikbare informatie terecht tot plaatsing was gekomen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de beslissing van het Operationeel Overleg slechts marginaal kan worden getoetst en dat de meest recente informatie een verhoogd vluchtgevaar aannemelijk maakte. Hoewel erkend werd dat plaatsing niet op oude informatie kan blijven steunen, ligt de toetsing van voortzetting bij het Operationeel Overleg, dat halfjaarlijks toetst. Er waren geen dringende redenen voor tussentijdse toetsing.
De vordering van eiser werd daarom afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd uitgesproken door mr. G.P. van Ham op 28 februari 2017.
Uitkomst: De vordering tot verwijdering van eiser van de GVM-lijst wordt afgewezen.