ECLI:NL:RBDHA:2017:8093
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens onvoldoende sociale en economische binding met land van herkomst
Eiser, een Egyptische zelfstandige, verzocht om een visum voor kort verblijf in Nederland met als doel familiebezoek. De minister van Buitenlandse Zaken wees dit verzoek af omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij tijdig zou terugkeren naar Egypte. De afwijzing was gebaseerd op het ontbreken van een wezenlijke sociale en economische binding met zijn land van herkomst.
Eiser stelde dat hij een ICT-bedrijf in Egypte heeft, voldoende financiële middelen bezit en eerder al een visum had gekregen waarbij hij tijdig terugkeerde. Hij voerde aan dat hij niet afhankelijk is van de referent en dat zijn zelfstandige werkzaamheden een terugkeer noodzakelijk maken.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht een beoordelingsruimte heeft en dat eiser onvoldoende sociale banden heeft, aangezien hij ongehuwd is, geen kinderen heeft en geen zorg draagt voor familieleden. Economisch kon eiser zijn zelfstandigheid niet aannemelijk maken, mede omdat het bedrijf pas in 2015 geregistreerd is en geen duurzaam inkomen is aangetoond. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende sociale en economische binding met Egypte.