Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
V-nummer: [nummer]
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Somalische nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf in Nederland om bij zijn vermeende echtgenote en hun kinderen te verblijven. Hij stelde dat hij in Kenia met haar was gehuwd. Verweerder wees het verzoek af omdat geen gelegaliseerde huwelijksakte was overgelegd en het middelenvereiste uit het Vreemdelingenbesluit 2000 niet was voldaan.
De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van een gelegaliseerde huwelijksakte betekent dat geen sprake is van een naar Nederlands internationaal privaatrecht geldig huwelijk. Ook was niet gebleken dat sprake was van een geregistreerd partnerschap. Hierdoor is de gezinsherenigingsrichtlijn niet van toepassing en kan het middelenvereiste worden geëist.
Eiser stelde dat vrijstelling van het middelenvereiste had moeten worden verleend, maar dit beroep faalde omdat het Vreemdelingenbesluit een algemeen verbindend voorschrift is. Ten slotte werd geoordeeld dat geen schending van artikel 8 EVRM Pro is aangetoond. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van een geldig huwelijk en niet voldoen aan het middelenvereiste.