ECLI:NL:RBDHA:2017:8177
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na beoordeling arbeidsongeschiktheid tweede ziektejaar
Eiser, voormalig puinruimer, meldde zich ziek na een bedrijfsongeval in juni 2014 en ontving een Ziektewetuitkering. Na een eerste beoordeling werd hij ongewijzigd arbeidsongeschikt geacht, maar een tweede beoordeling in het tweede ziektejaar leidde tot beëindiging van de uitkering per 9 april 2016 omdat eiser meer dan 65% van het maatmanloon zou kunnen verdienen.
Eiser voerde aan dat hij vanwege lichamelijke en psychische klachten, waaronder rugpijn en een diagnose van extreme depressie, niet geschikt was om te werken. Hij stelde dat er onvoldoende contact was geweest met de psycholoog en dat de functies niet passend waren bij zijn belastbaarheid en opleidingsniveau.
De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsartsen zorgvuldig onderzoek hadden verricht, inclusief medisch en arbeidskundig onderzoek, en dat de beperkingen van eiser juist waren vastgelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst. De rechtbank vond geen aanleiding om te twijfelen aan de medische beoordeling, ook niet vanwege het ontbreken van een definitieve diagnose of een urenbeperking.
De arbeidsdeskundige concludeerde dat eiser geschikt was voor de geduide functies en in staat was meer dan 65% van het maatmanloon te verdienen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de beëindiging van de Ziektewetuitkering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 9 april 2016.