ECLI:NL:RBDHA:2017:8363
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid en mandatering bij afgifte verklaring schuldsaneringsregeling
Verzoekster heeft gelijktijdig met haar verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling een verzoek ingediend tot het bevelen in te stemmen met een door haar aangeboden schuldregeling. De rechtbank beoordeelt de geldigheid van de verklaring als bedoeld in artikel 285, eerste lid, onder f, van de Faillissementswet, die door een consulent namens de gemeente Zoetermeer is afgegeven.
De rechtbank stelt vast dat niet is gebleken dat de consulent, M. van der Ploeg, het mandaat heeft om namens het college van burgemeester en wethouders deze verklaring af te geven. Er is geen mandaat- of ondermandaatbesluit overgelegd waaruit haar bevoegdheid blijkt. De wetgever heeft de kring van personen die een minnelijk traject mogen uitvoeren beperkt en het college van burgemeester en wethouders heeft een belangrijke rol in schuldhulpverlening.
Omdat de verklaring zonder bewijs van mandaat is afgegeven, acht de rechtbank het prematuur om de zaak niet-ontvankelijk te verklaren en geeft verzoekster een termijn van een maand om de ontbrekende mandaatbesluiten en een correcte rapportage te overleggen. Tevens wordt bepaald dat partijen worden opgeroepen voor een nieuwe zitting.
Uitkomst: Verzoekster krijgt een termijn van een maand om ontbrekende mandaatbesluiten en een correcte rapportage te overleggen.