ECLI:NL:RBDHA:2017:8495
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser diende op 5 maart 2017 een asielaanvraag in, die door verweerder op 28 juni 2017 niet-ontvankelijk werd verklaard op grond van artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser reeds in Portugal een verblijfsvergunning had verkregen via relocatie vanuit Italië. Uit het onderzoek op basis van de Dublinverordening bleek dat eiser op 27 oktober 2015 in Italië en op 1 maart 2016 in Portugal asiel had aangevraagd en dat hij in Portugal een verblijfsvergunning bezat die in september 2016 was verlengd.
De rechtbank oordeelde dat eiser terecht als meerderjarige werd beschouwd, omdat hij geen authentieke identificerende documenten had overgelegd die zijn minderjarigheid konden aantonen. Zijn kerkelijk doopcertificaat werd niet als geldig identificerend document erkend. Verweerder hoefde daarom geen leeftijdsonderzoek te verrichten. Daarnaast maakte eiser geen gebruik van de mogelijkheid om ter zitting zijn stellingen over het ontbreken van verblijfsrecht in Portugal toe te lichten.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.