ECLI:NL:RBDHA:2017:8498
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Weigering visum kort verblijf wegens onvoldoende sociale en economische binding met land van herkomst
Eiseres, een Guinese vrouw gehuwd met een Nederlandse referent, verzocht om een visum voor kort verblijf in Nederland. De minister van Buitenlandse Zaken weigerde dit visum op grond van onvoldoende bewijs dat eiseres het land tijdig zou verlaten, omdat zij onvoldoende sociale en economische binding met Guinee kon aantonen.
Eiseres voerde aan dat zij een vluchtbewijs had overgelegd en een zoontje in Guinee achterliet, maar de rechtbank stelde vast dat zij geen objectief bewijs van het kind had overgelegd en dat haar sociale binding met Nederland door haar huwelijk sterker was dan met Guinee. Ook ontbrak bewijs van economische binding zoals werk of bezittingen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het bezwaar kennelijk ongegrond had verklaard en dat het beroep ongegrond moest worden verklaard. Er was geen reden voor een hoorzitting en de proceskosten werden niet toegewezen.
De uitspraak is gedaan door rechter G. van Zeben-de Vries op 27 juli 2017 en er is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van het visum kort verblijf wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende sociale en economische binding met het land van herkomst.