ECLI:NL:RBDHA:2017:8501
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering visum kort verblijf voor familiebezoek wegens onvoldoende binding met land van herkomst
Eiseres, een ongehuwde vrouw zonder kinderen met de Marokkaanse nationaliteit, vroeg op 3 juni 2016 een visum kort verblijf aan voor familiebezoek in Nederland. De minister van Buitenlandse Zaken weigerde dit visum bij besluit van 17 juni 2016, en verklaarde het bezwaar van eiseres op 19 oktober 2016 kennelijk ongegrond. Eiseres stelde dat zij in Marokko woonde en werkte bij haar oom, die een agrarisch bedrijf runt, en dat haar terugkeer gewaarborgd was.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht een zekere beoordelingsruimte heeft bij de beoordeling van de aanvraag. De sociale binding van eiseres met Marokko werd onvoldoende geacht, omdat zij ongehuwd is, geen kinderen heeft en haar directe familie in Europa woont. Ook ontbrak het aan bewijs van economische binding, aangezien niet aannemelijk was gemaakt dat zij zelfstandig inkomsten genereert of daadwerkelijk verantwoordelijk is voor het bedrijf van haar oom.
Voorts werd overwogen dat het visum kort verblijf niet bedoeld is voor langdurig verblijf of het uitoefenen van familieleven zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank vond dat verweerder terecht afzag van het horen van eiseres in bezwaar en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en hoger beroep is niet mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van het visum kort verblijf wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende sociale en economische binding met Marokko.