ECLI:NL:RBDHA:2017:8589
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling maximale uren kinderopvangtoeslag bij oproepkracht met vakantietoeslag
Eiseres, werkzaam als oproepkracht, ontving in 2014 kinderopvangtoeslag op basis van 1.059 gewerkte uren volgens de loonadministratie, exclusief vakantie-uren, waarvoor zij een toeslag ontving. Het geschil betrof de vraag of de uitbetaalde vakantietoeslag ook moest worden meegerekend bij de bepaling van het aantal gewerkte uren voor de toeslag.
De rechtbank stelde vast dat op grond van de Wet kinderopvang en het Besluit kinderopvangtoeslag het aantal uren kinderopvangtoeslag gemaximeerd is tot 140% van de gewerkte uren, waarbij de gewerkte uren gelijk zijn aan de overeengekomen arbeidsduur. Deze arbeidsduur wijzigt niet door ziekte, vakantie of andere omstandigheden. De uitbetaalde vakantietoeslag leidt niet tot een verhoging van de geregistreerde gewerkte uren.
De rechtbank oordeelde dat het onderscheid tussen oproepkrachten en vaste werknemers geen ongerechtvaardigd onderscheid oplevert, mede door de ruime ophoging van 40% in het maximum aantal uren. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard en de definitieve vaststelling van de kinderopvangtoeslag werd bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de definitieve vaststelling van de kinderopvangtoeslag 2014 wordt ongegrond verklaard.