ECLI:NL:RBDHA:2017:8711
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging verblijfsvergunning zelfstandige wegens onvoldoende duurzame middelen van bestaan
Eiser, sinds 2014 vennoot bij een vennootschap onder firma en later medeoprichter van een tweede VOF, vroeg verlenging van zijn verblijfsvergunning regulier onder de beperking 'arbeid als zelfstandige'. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser geen volledig ingevulde en ondertekende verklaring omtrent inkomen zelfstandig ondernemer had overgelegd en onvoldoende had aangetoond dat hij over voldoende zelfstandige en duurzame middelen van bestaan beschikte.
Eiser stelde dat het opstarten van zijn onderneming meer tijd kostte door misleiding en dat hij financieel werd ondersteund door een partner die regelmatig naar Nederland kwam. Hij overhandigde uiteindelijk alsnog een verklaring omtrent inkomen, maar deze was wederom onvolledig. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs had geleverd dat hij aan het middelenvereiste voldeed, mede gelet op de negatieve jaarrekening en belastingaanslagen over 2015 en het beperkte deel van 2016 dat kon worden betrokken bij de beoordeling.
De rechtbank concludeerde dat verweerder de aanvraag op goede gronden had afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aantoonbare duurzame en zelfstandige middelen van bestaan.