Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser], eiser,
[dochter],
Rechtbank Den Haag
Eisers, een gezin uit Jemen met een minderjarige dochter en een zwangere moeder, dienden op 14 maart 2017 een opvolgende asielaanvraag in Nederland in nadat eerdere aanvragen waren afgewezen omdat Italië verantwoordelijk werd gehouden voor hun opvang.
De staatssecretaris wees de aanvragen af op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat er geen sprake was van nieuwe feiten of omstandigheden die een hernieuwde beoordeling rechtvaardigen. Eisers voerden aan dat recente rapportages van de Danish Refugee Council en Swiss Refugee Council nieuw bewijs bevatten over inadequate opvang in Italië.
De rechtbank oordeelde dat deze rapportages geen nieuw feitenmateriaal bevatten dat afwijzing zou weerleggen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State had eerder geoordeeld dat de rapportages onvoldoende inzicht geven in de opvangsituatie en dat de staatssecretaris zich deugdelijk had gemotiveerd. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.