Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser,
de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
3 juni 2015 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Bij besluit van 28 juli 2015 heeft verweerder deze aanvraag van eiser afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Het door eiser hiertegen ingestelde beroep heeft deze rechtbank, zittingsplaats Utrecht, bij uitspraak van 3 september 2015 (AWB 15/14470) ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 11 november 2015 (201507582/3/V2) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) het hoger beroep kennelijk ongegrond verklaard. In rechte staat vast dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij tot de Nuba stam behoort en dat zijn asielrelaas ongeloofwaardig is bevonden.
Verder heeft eiser aan deze aanvraag ten grondslag gelegd dat hij sinds 28 juli 2015 lid is van de Justice and Equality Movement (JEM). Hij heeft zijn politieke activiteiten voor de JEM in Nederland verder geïntensiveerd, waaronder het werven van nieuwe leden en deelname aan demonstraties en bijeenkomsten gericht tegen de Soedanese regering. Eiser vreest vervolging door de overheid bij terugkeer naar Soedan omdat de overheid op de hoogte is van zijn oppositieactiviteiten. Ter onderbouwing van zijn politieke activiteiten in Nederland heeft eiser het volgende overgelegd: foto’s van demonstraties waarop eiser zichtbaar is, prints van plaatsing van deze foto’s op een tweetal websites, prints van zijn facebookaccount en een link van een film op YouTube.
These types of factors may include if a person:
Niet is in geschil dat verweerder bij de hiervoor bedoelde beoordeling gebruik heeft kunnen maken van het rapport van UK Home Office en de vijf daarin vermelde factoren. Voorts is niet in geschil dat eiser sinds 28 juli 2015 lid is van de JEM, dat hij 5 of 6 keer heeft gedemonstreerd, dat hij 7 of 8 keer nieuwe mensen heeft geïnformeerd over de JEM, en dat eiser zich op zijn facebook-account kritisch uitlaat over het regime van Soedan.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat factor 1 niet op eiser van toepassing is, nu zijn asielrelaas in de vorige procedure ongeloofwaardig is bevonden en er tot op heden geen aanwijzingen zijn dat de autoriteiten in Soedan als gevolg van zijn activiteiten in Nederland daadwerkelijk naar hem op zoek zijn. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder ten aanzien van factor 2 terecht geconcludeerd dat de foto’s van de demonstraties, waar eiser met anderen op staat, tevens op twee websites zijn terug te vinden, maar zonder zijn personalia, zodat hij niet herkenbaar is. Ook op het filmpje wordt zijn naam niet genoemd. Uit zijn verklaringen is voorts gebleken dat zijn facebook-account niet publiekelijk toegankelijk is. Ten aanzien van de factoren 3 en 4 heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank terecht overwogen dat eiser weliswaar lid is van de JEM, maar dat niet is gebleken dat hij een onderscheidende functie bekleedt, nu hij niet de enige is die demonstreert en nieuwe mensen voor de JEM rekruteert. Hierdoor onderscheidt hij zich niet van anderen die zich tegen de Soedanese autoriteiten hebben uitgelaten. Voorts heeft hij verklaard dat hij geen contact heeft met leden van de oppositie in Soedan. Daarnaast is niet gebleken dat eiser over een online profiel beschikt dat hem in verband brengt met oppositiegroepen.