Eiser, die aanvankelijk verklaarde Tanzaniaanse nationaliteit te hebben, stelde later Somalische nationaliteit te bezitten. De staatssecretaris wees de asielaanvraag af wegens tegenstrijdige verklaringen en het ontbreken van geloofwaardige documenten.
De rechtbank oordeelde dat verweerder eiser voldoende gelegenheid had gegeven om een zienswijze in te dienen en dat het niet tijdig indienen hiervan voor rekening van eiser kwam. De gestelde Tanzaniaanse identiteit werd niet geloofd, mede door gegevens van het UK Home Office waaruit bleek dat eiser onder een andere naam en geboortedatum Somalische nationaliteit had opgegeven.
Eisers poging om zijn identiteit te onderbouwen met stukken van zijn moeder en gezinsherenigingsdocumenten werd onvoldoende geacht. De rechtbank concludeerde dat eiser de minister heeft misleid over zijn identiteit en nationaliteit en dat de asielaanvraag terecht als kennelijk ongegrond is afgewezen.