ECLI:NL:RBDHA:2017:8842
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf wegens tegenstrijdige verklaringen over relatie
Eiseres, een moeder uit Ghana, en haar minderjarige kinderen vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan als familie- of gezinsleden van een Nederlandse partner (referent). De staatssecretaris wees de aanvragen af vanwege tegenstrijdige verklaringen over de aard en duur van de relatie tussen eiseres en referent.
Tijdens de zitting verklaarden eiseres en referent op essentiële punten verschillend over hun contactmomenten en samenwoonperiodes. De rechtbank oordeelde dat deze tegenstrijdigheden het standpunt van de staatssecretaris rechtvaardigen dat geen duurzame en exclusieve relatie is aangetoond. De door eiseres ingebrachte medische verklaring over een cognitieve stoornis werd niet geaccepteerd vanwege het ontbreken van een duidelijke diagnose en de omstandigheden van afgifte.
Verder vond de rechtbank dat de overige overgelegde bewijsstukken, zoals foto's, communicatie en financiële transacties, onvoldoende waren om de relatie te staven. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro faalde omdat zonder duurzame relatie geen gezinsleven in de zin van het EVRM is vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van een duurzame en exclusieve relatie.