ECLI:NL:RBDHA:2017:8861
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen op grond van artikel 28 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De staatssecretaris had op 26 juni 2017 de Italiaanse autoriteiten verzocht eiseres over te nemen op basis van artikel 12, tweede lid, van de Dublinverordening, welke door Italië was geaccepteerd.
De rechtbank heeft tijdens de zitting op 27 juli 2017 het beroep behandeld en de voorlopige voorziening beoordeeld. De medische omstandigheden die eiseres aanvoerde, waaronder hoge bloeddruk en een traumatische indruk, werden niet als zodanig ernstig beoordeeld dat toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening gerechtvaardigd was. De rechtbank oordeelde dat Nederland terecht geen behandeling van de asielaanvraag heeft verricht, mede gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak benadrukt dat relocatieafspraken tussen lidstaten de Dublinverordening niet terzijde stellen en dat de expliciete acceptatie van de claim door Italië bindend is. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.