ECLI:NL:RBDHA:2017:8961
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens onvoldoende binding met land van herkomst
Eiseressen, afkomstig uit Pakistan, hebben een visum kort verblijf aangevraagd om familie in Nederland te bezoeken. De aanvraag werd afgewezen omdat verweerder twijfelde aan de sociale en economische binding met Pakistan, waardoor de terugkeer niet gewaarborgd zou zijn.
De rechtbank overwoog dat verweerder een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij het beoordelen van de binding met het land van herkomst. Hoewel eiseres 1 familie in Pakistan heeft, woont het merendeel van haar familie in Nederland of het Verenigd Koninkrijk. Dit weegt onvoldoende als waarborg voor terugkeer. Eiseres 2 volgt een universitaire studie in Pakistan en bezit samen met haar vader grond, maar dit is onvoldoende om een sterke binding aan te nemen.
De rechtbank concludeert dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat gerede twijfel bestaat over het voornemen van eiseressen om tijdig terug te keren. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het visum kort verblijf wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende binding met het land van herkomst.