Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
BESLISSING
[VERWEERDER], voornoemd, in staat van faillissement;
advocaat te Voorburg;
Rechtbank Den Haag
Carpe B.V. heeft bij de rechtbank Den Haag het faillissement van verweerder aangevraagd omdat hij niet voldoet aan zijn betalingsverplichtingen. De vordering van Carpe betreft een geldleningsovereenkomst uit 2012, waarbij verweerder aandelen moest leveren of anders een bedrag van €9.076,- moest terugbetalen. Verweerder heeft de aandelen niet geleverd en de betaling uitgebleven.
Verweerder erkende de vordering, maar betwistte de opeisbaarheid omdat geen concrete betalingstermijn was afgesproken en stelde dat Carpe wanprestatie pleegde door de aandelen niet af te nemen. Tevens werd betwist dat verweerder niet betaalde uit schuldenaarstoestand, en werd misbruik van recht door Carpe aangevoerd.
De rechtbank oordeelde dat de vordering opeisbaar is op grond van artikel 6:38 BW Pro, omdat geen afwijkende betalingstermijn is overeengekomen en Carpe nakoming heeft gevorderd. Schuldeisersverzuim is niet aannemelijk gemaakt. Daarnaast erkende verweerder andere onbetaalde vorderingen. De rechtbank concludeerde dat verweerder meerdere schuldeisers onbetaald laat en niet in staat is te betalen, waardoor het faillissement wordt uitgesproken.
De rechtbank benoemde een rechter-commissaris en curator en wees erop dat tegen deze uitspraak hoger beroep mogelijk is binnen acht dagen via een advocaat.
Uitkomst: Verweerder wordt failliet verklaard wegens opeisbare vordering en onbetaalde schulden zonder misbruik van recht.