ECLI:NL:RBDHA:2017:9219
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardige bekering tot christendom
Eiser, een Iraanse staatsburger, verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van zijn bekering tot het christendom en de daaruit voortvloeiende vrees voor vervolging door de Basidj-militie en Iraanse autoriteiten. Hij legde aan zijn aanvraag ten grondslag dat hij zich in een korte periode had bekeerd na contact met een vriend en deelname aan huiskerkbijeenkomsten.
Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn bekering geloofwaardig was. De rechtbank bevestigde dit oordeel en overwoog dat de beperkte kennis van het christendom, het korte tijdsbestek van bekering, en het ontbreken van een diepgewortelde geloofsovertuiging onvoldoende waren onderbouwd. Ook de door eiser gestelde problemen en bedreigingen naar aanleiding van zijn bekering werden niet geloofwaardig geacht.
De rechtbank verwees naar de vaste gedragslijn van verweerder en de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak, waarin wordt geëist dat een bekering een weloverwogen keuze is die zich uit in kennis en gedrag. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aanvraag tot verblijfsvergunning afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende geloofwaardigheid van de bekering en de aanvraag verblijfsvergunning wordt afgewezen.