ECLI:NL:RBDHA:2017:9493
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake weigering visum kort verblijf voor sportevenement
Verzoekers, verbonden aan een driejarige opleiding voor uitzonderlijk sportief talent in Ghana, vroegen om een voorlopige voorziening nadat hun aanvragen voor een visum kort verblijf waren geweigerd door de minister van Buitenlandse Zaken. De visumaanvragen waren afgewezen omdat verzoekers het doel en de omstandigheden van het verblijf onvoldoende hadden aangetoond, niet konden aantonen over voldoende middelen van bestaan te beschikken en het voornemen om tijdig terug te keren niet kon worden vastgesteld.
De voorzieningenrechter benadrukte het voorlopige karakter van het oordeel en wees op de ruime beoordelingsruimte die de minister heeft bij het beoordelen van het terugkeerperspectief van vreemdelingen, zoals bevestigd door het Hof van Justitie van de Europese Unie. Verzoekers konden onvoldoende aantonen dat de minister onredelijk had gehandeld bij het afwijzen van hun aanvragen.
Gezien het belang van de Visumcode en de mogelijke onomkeerbare gevolgen van het toestaan van inreis binnen het Schengengebied, oordeelde de voorzieningenrechter dat de verzoeken geen redelijke kans van slagen hadden en wees de voorlopige voorziening af.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af tegen de weigering van het visum kort verblijf.