Eiseres heeft op 17 oktober 2016 een aanvraag om bijstand ingediend die door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag is afgewezen wegens het niet volledig aanleveren van gevraagde documenten. Ondanks verzoeken om aanvullende stukken, waaronder balans- en winst- en verliesrekeningen over 2013 tot en met 2015 en bewijsstukken van leningen, heeft eiseres niet aan haar inlichtingenplicht voldaan.
Eiseres voerde aan slachtoffer te zijn van oplichting en beriep zich op overmacht, maar kon dit niet aannemelijk maken. De rechtbank stelde vast dat eiseres tot eind 2015 als eigenaresse van een restaurant stond ingeschreven en over de omzet kon beschikken. De door eiseres overgelegde stukken boden onvoldoende inzicht in haar financiële situatie, met name de contante stortingen op haar rekening bleven grotendeels onverklaard.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het recht op bijstand niet kon vaststellen door het ontbreken van essentiële informatie. Het beroep van eiseres is daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.