ECLI:NL:RBDHA:2017:955
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, van Palestijnse afkomst, diende op 15 november 2016 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder, de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Luxemburg verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening.
Eiser stelde dat hij in Luxemburg slachtoffer was van diefstal, bedreiging, mishandeling en verkrachting vanwege zijn homoseksuele geaardheid en vreest dat hij daar geen bescherming kan krijgen. De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij ervan wordt uitgegaan dat eiser zich tot de Luxemburgse autoriteiten kan wenden, ook bij vrees voor schending van artikel 3 EVRM Pro.
Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat deze mogelijkheid ontbreekt en verklaarde zelf geen problemen met de Luxemburgse autoriteiten te hebben. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht geen aanleiding had om de aanvraag aan zich te trekken. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.