Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[verzoeker], V-nummer [V-nummer], verzoeker,
,verzoekster,
Rechtbank Den Haag
Verzoekers, van Marokkaanse nationaliteit, hebben een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Hiertegen hebben verzoekers beroep ingesteld en tevens verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld samen met andere zaken en heeft vastgesteld dat het beroep in de bodemzaken ongegrond is verklaard. Hierdoor is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 21 augustus 2017 en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen omdat het beroep in de bodemzaken ongegrond is verklaard.