ECLI:NL:RBDHA:2017:9683
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen aanvraag verblijfsvergunning asiel op grond van Dublinverordening
Eiser heeft tegen het besluit van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie beroep ingesteld omdat zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling werd genomen. De staatssecretaris had op grond van artikel 18 van Pro de Dublinverordening de Duitse autoriteiten verzocht om eiser over te nemen, wat door Duitsland was bevestigd.
Tijdens de zitting op 27 juli 2017 werd het beroep behandeld en direct daarna mondeling uitspraak gedaan. De rechtbank oordeelde dat het beroep ongegrond is omdat eiser reeds asiel had aangevraagd in Duitsland, waar hij ook opvang ontving. De rechtbank stelde vast dat eiser zijn bezwaarrecht tegen de overdracht aan Italië niet had benut, en dat er geen aanwijzingen waren voor ernstige tekortkomingen in de Duitse asielprocedure.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De rechtbank benadrukte dat eiser zich over zijn bezwaren tegen de overdracht aan Italië tot de Duitse autoriteiten moet richten. Tegen dit vonnis staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.