ECLI:NL:RBDHA:2017:970
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. Diepenhorst
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op humanitaire clausule Dublinverordening bij asielaanvraag
Eiser, van Turkse nationaliteit, diende op 26 oktober 2016 een asielaanvraag in in Nederland. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat uit Eurodac bleek dat eiser op 2 juli 2013 al een asielaanvraag in Frankrijk had ingediend. Frankrijk had ingestemd met terugname op grond van de Dublinverordening.
Eiser voerde aan dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met zijn gezinsbanden, met name zijn zoon die in Duitsland woont, en dat terugzending naar Frankrijk zou leiden tot detentie en ontoereikende opvang. Hij beriep zich op artikel 17 van Pro de Dublinverordening (de humanitaire clausule) en op het EVRM.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht terughoudend was in de toepassing van de humanitaire clausule en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt ten aanzien van Frankrijk. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat hij bij terugzending in Frankrijk onrechtmatig behandeld zou worden of dat bijzondere omstandigheden toepassing van artikel 17 rechtvaardigen Pro.
Ook de aanwezigheid van de zoon in Duitsland werd door verweerder meegewogen, maar niet als zodanig bijzonder aangemerkt dat de aanvraag aan Nederland had moeten worden toegekend. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.