ECLI:NL:RBDHA:2017:9704
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging opvang en verstrekkingen na niet-melden van vergunninghouder met beroep op Richtlijn 2011/95
Eiser, een Eritrese vergunninghouder voor bepaalde tijd, verzocht om hernieuwde toelating tot opvang en verstrekkingen na beëindiging daarvan wegens het niet melden bij de opvanginstantie op twee achtereenvolgende momenten zonder instemming.
De rechtbank stelde vast dat het recht op verstrekkingen op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers (Rva 2005) van rechtswege is geëindigd door het niet voldoen aan de meldplicht. Eiser kon niet worden aangemerkt als asielzoeker en viel daarom niet meer onder de Rva 2005. Zijn beroep op artikel 32 van Pro Richtlijn 2011/95, dat toegang tot huisvesting onder vergelijkbare voorwaarden garandeert, werd afgewezen omdat dit artikel is geïmplementeerd in artikel 9 van Pro de Huisvestingswet en geen ongeclausuleerd recht op opvang genereert.
De rechtbank oordeelde dat het beginsel van gelijke behandeling in artikel 32 van Pro de richtlijn een anti-discriminatiebepaling is en geen recht op opvang inhoudt. Hoewel eiser de bemiddeling van verweerder bij het vinden van huisvesting mist, heeft hij als vergunninghouder toegang tot reguliere huisvesting in de gemeente.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen beëindiging van opvang en verstrekkingen is ongegrond verklaard.