ECLI:NL:RBDHA:2017:971

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 februari 2017
Publicatiedatum
6 februari 2017
Zaaknummer
17/1251 en 17/1252
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na vertrek asielzoeker

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie waarbij zijn asielaanvraag niet in behandeling is genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling. Tevens verzocht eiser om een voorlopige voorziening om overdracht te voorkomen.

De gemachtigde van eiser heeft laten weten dat zowel hij als eiser niet bij de zitting aanwezig zullen zijn, omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. Hierdoor acht de rechtbank dat eiser geen prijs meer stelt op een inhoudelijke beoordeling van het beroep.

De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat bij ontbreken van procesbelang het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Gezien het ontbreken van procesbelang wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.

Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na vertrek van eiser met onbekende bestemming.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummers: AWB 17/1251 (beroep) en AWB 17/1252 (verzoek)
V-nummer: [nummer]
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter voor vreemdelingenzaken van 2 februari 2017 in de zaak tussen

[eiser], eiser en verzoeker, hierna: eiser

gemachtigde: mr. M. Erik,
en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 17 januari 2017 (het bestreden besluit) waarbij zijn asielaanvraag niet in behandeling is genomen.
Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen om overdracht te voorkomen tot op zijn beroep is beslist.
De gemachtigde van eiser heeft bij schrijven van 23 januari 2017 meegedeeld dat eiser noch zijn gemachtigde aanwezig zullen zijn ter zitting van 2 februari 2017. Met schriftelijke toestemming van verweerder van 1 februari 2017 is het onderzoek vervolgens zonder zitting gesloten.

Overwegingen

1. Allereerst is aan de orde de vraag of nog procesbelang bestaat.
2. Bij het bestreden besluit is de door eiser ingediende asielaanvraag niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor behandeling daarvan. Verder is vermeld dat eiser op of omstreeks 21 december 2016 met onbekende bestemming is vertrokken.
3. Gemachtigde van eiser heeft in reactie op het bestreden besluit bij schrijven van 23 januari 2017 en 27 januari 2017 uitsluitend verwezen naar wat in de zienswijze is aangevoerd en gemeld dat het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) hem heeft meegedeeld dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken.
4. Nu eiser met onbekende bestemming is vertrokken zonder contact te onderhouden met zijn gemachtigde en de gemachtigde van eiser in reactie op een uitnodiging voor de zitting heeft gemeld dat hij en zijn cliënt niet zullen verschijnen omdat het COa hem heeft meegedeeld dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken, gaat de rechtbank ervan uit dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op een inhoudelijke beoordeling van de door hem tegen het bestreden besluit ingestelde rechtsmiddelen. Gelet daarop heeft eiser geen rechtens te beschermen belang bij een inhoudelijke beoordeling van het door hem ingestelde beroep. De rechtbank verwijst naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 14 oktober 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1594.
5. Omdat het procesbelang is komen te ontvallen, zal het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard.
6. Nu in de hoofdzaak is beslist zal het verzoek worden afgewezen.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank, in de zaak met nummer AWB 17/1251:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
De voorzieningenrechter, in de zaak met nummer AWB 17/1252:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.M. van Dijk-de Keuning, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van S.A.K. Kurvink, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2017.
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan, voor zover deze ziet op het beroep, binnen één week na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.