ECLI:NL:RBDHA:2017:9757
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herregistratie huisarts wegens onvoldoende praktijkuren in huisartsenpraktijk
Eiser, sinds 1977 als huisarts geregistreerd, verzocht om herregistratie in het BIG-register met een clausule voor werkzaamheden als detentiearts. Verweerder wees dit af omdat eiser in de referteperiode (1 april 2011 tot 1 april 2016) niet gemiddeld acht uur per week in een huisartsenpraktijk werkzaam was, maar voornamelijk als detentiearts werkte, wat niet gelijkgesteld wordt aan huisartsgeneeskundige zorg.
Eiser stelde dat zijn werkzaamheden in de penitentiaire inrichting wel als huisartswerkzaamheden moesten worden erkend en dat geclausuleerde herregistratie mogelijk zou moeten zijn. Ook voerde hij aan dat hij door de jarenlange ervaring en jurisprudentie in aanmerking zou moeten komen en dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden omdat waarnemend huisartsen wel herregistratie krijgen.
De rechtbank oordeelde dat het Besluit huisartsgeneeskunde duidelijk onderscheid maakt tussen huisartsgeneeskundige zorg en algemene medische zorg zoals die in een penitentiaire inrichting wordt verleend. Verweerder heeft gemotiveerd dat eiser niet voldeed aan de eisen en dat de verklaringen ter zitting niet tot een ander oordeel leiden. De rechtbank verwierp het beroep op het gelijkheidsbeginsel en concludeerde dat geclausuleerde herregistratie niet mogelijk is volgens de huidige regelgeving.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de herregistratie bevestigd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 29 augustus 2017.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de herregistratie als huisarts wordt ongegrond verklaard.