ECLI:NL:RBDHA:2017:9758
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering WW-uitkering en nabetaling ZW-uitkering
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de terugvordering van een bedrag van €5.474,47 aan WW-uitkering over de periode van 7 april 2016 tot en met 11 september 2016, omdat hij reeds een Ziektewet-uitkering ontving en daarom niet tegelijkertijd recht had op WW.
De rechtbank heeft vastgesteld dat verweerder de berekening van het terug te vorderen bedrag voldoende inzichtelijk heeft gemaakt aan de hand van betaalspecificaties en nadere toelichting. Eiser heeft geen betwisting gevoerd tegen de uitgangspunten van de berekening, ook niet over de betrokken periode van 4 tot en met 6 april 2016.
Verder is vastgesteld dat de nabetaling van de ZW-uitkering geen onderdeel vormt van het bestreden besluit en dat de draagkracht van eiser bij de invordering is meegewogen. Er zijn geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. De rechtbank verklaart het beroep dan ook ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van €5.474,47 WW-uitkering wordt ongegrond verklaard.