ECLI:NL:RBDHA:2017:9759
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering subsidie aan Toneelgroep De Appel na faillissement curator
De zaak betreft het beroep van de curator van Stichting Toneelgroep De Appel tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag om de subsidie aan De Appel te beëindigen per 1 januari 2017. De subsidie werd sinds 1972 verstrekt en werd beëindigd op grond van gewijzigde beleidskaders en een negatief advies van de Adviescommissie Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2017-2020.
De curator stelde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 4:51 van Pro de Algemene wet bestuursrecht niet in acht was genomen en dat de beslistermijn van artikel 7:10 Awb Pro was overschreden. De rechtbank oordeelde dat de aankondiging van het voornemen tot beëindiging op 28 juni 2016 duidelijk en ondubbelzinnig was, waardoor de redelijke termijn van zes maanden tot 31 december 2016 is verstreken. De curator had voldoende tijd om maatregelen te treffen.
Verder concludeerde de rechtbank dat de procedure zorgvuldig was verlopen, er geen schending van de hoorplicht had plaatsgevonden en dat de overschrijding van de beslistermijn op bezwaar een termijn van orde betreft zonder nadelige gevolgen voor de eiser. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de curator tegen de weigering van subsidie aan Toneelgroep De Appel is ongegrond verklaard.