Op 21 februari 2017 sloeg verdachte met een tondeuse tegen het oog van het slachtoffer, wat een snijwond en blijvend litteken veroorzaakte. De rechtbank oordeelde dat dit letsel niet kwalificeert als zwaar lichamelijk letsel, waardoor verdachte werd vrijgesproken van zware mishandeling. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte poging tot zware mishandeling pleegde, omdat het slaan met een hard voorwerp op het oog een aanmerkelijke kans op zwaar letsel inhield.
Psychiatrische rapporten concludeerden dat verdachte leed aan schizofrenie en ten tijde van het feit volledig psychotisch en ontoerekeningsvatbaar was. De rechtbank volgde deze conclusies en ontsloeg verdachte van alle rechtsvervolging wegens volledige ontoerekeningsvatbaarheid. Gezien het recidivegevaar werd een maatregel opgelegd tot plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van één jaar.
De benadeelde partij vorderde een schadevergoeding wegens immateriële schade. De rechtbank kende een bedrag van €1.000 toe wegens het blijvende litteken en psychische gevolgen. Daarnaast werd aan verdachte een schadevergoedingsmaatregel opgelegd tot betaling van hetzelfde bedrag aan de Staat, met een vervangende hechtenis van één dag bij niet-betaling.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het primair ten laste gelegde feit, veroordeelde hem voor de poging tot zware mishandeling, en legde de maatregel van plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis op. Tevens werd de schadevergoeding deels toegewezen en de proceskosten aan de benadeelde partij opgelegd.