ECLI:NL:RBDHA:2017:9881
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen weigering asielaanvraag wegens Dublinverordening en verantwoordelijkheid Italië
Eiser, een Beninse nationaliteit, diende op 23 januari 2017 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees deze aanvraag af op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat Italië als verantwoordelijke lidstaat was vastgesteld volgens de Dublinverordening (EU) nr. 604/2013. Uit Eurodac-gegevens bleek dat eiser illegaal Italië was binnengekomen en daar op 5 juli 2016 een asielverzoek had ingediend, waarna hij ook in Duitsland een verzoek deed. De Italiaanse autoriteiten waren verzocht hem terug te nemen, maar reageerden niet binnen de gestelde termijn, waardoor de verantwoordelijkheid bij Italië kwam te liggen.
Eiser voerde aan dat hij niet vrijwillig naar Italië zou terugkeren en dat Italië de Opvangrichtlijn en Procedurerichtlijn zou schenden, verwijzend naar een eerdere uitspraak waarin het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet werd aangenomen. De rechtbank stelde echter vast dat eiser tijdens het gehoor had verklaard het eens te zijn met overdracht naar Italië en dat zijn situatie afweek van de aangehaalde precedentzaak, waarin sprake was van onvoldoende gelegenheid om asielmotieven kenbaar te maken in Italië.
De rechtbank concludeerde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel in deze zaak wel van toepassing is en dat het beroep ongegrond is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.