ECLI:NL:RBDHA:2017:9957
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verbod voorlopige terbeschikkingstelling aan Duitse autoriteiten
Eiser is op grond van een Europees aanhoudingsbevel aangehouden en bevindt zich in overleveringsdetentie. De Duitse autoriteiten hebben verzocht om voorlopige terbeschikkingstelling van eiser ten behoeve van zijn strafvervolging in Duitsland voor plofkraken. De Minister van Veiligheid en Justitie heeft ingestemd met dit verzoek onder voorwaarden, welke door de Duitse autoriteiten zijn aanvaard.
Eiser vordert in kort geding een verbod op deze voorlopige terbeschikkingstelling omdat volgens hem de berechting in Duitsland nog niet is aangevangen, hetgeen volgens hem vereist is. De Staat voert gemotiveerd verweer dat voorlopige terbeschikkingstelling ook mogelijk is zonder dat de zaak formeel is aangebracht bij de Duitse rechter.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de Staat ervan uit mag gaan dat vervolging in Duitsland zal plaatsvinden op basis van het Europees aanhoudingsbevel en het onderliggende arrestatiebevel. De uitleg die eiser geeft aan het begrip 'berechting' is te beperkt. Het verblijf van eiser in Duitsland op afstand van zijn familie rechtvaardigt het gevorderde verbod niet. De vordering wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verbod op voorlopige terbeschikkingstelling aan de Duitse autoriteiten wordt afgewezen.