ECLI:NL:RBDHA:2018:10003
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing onrechtmatige bewaring vreemdeling in het kader van Dublinverordening
Eiser werd door verweerder opgehouden en in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000, met het oog op uitzetting naar Albanië. Eiser voerde aan dat deze bewaring onrechtmatig was omdat hij reeds was overgedragen aan Duitse autoriteiten in het kader van de Dublinverordening en zijn asielprocedure in Duitsland nog niet was afgerond.
De rechtbank stelde vast dat verweerder niet had geconcretiseerd dat artikel 17 van Pro de Dublinverordening analoog toegepast kon worden en dat toepassing van de Terugkeerrichtlijn door Nederland was uitgesloten gezien de vaste rechtspraak. De handelwijze van verweerder kon ertoe leiden dat eiser werd uitgezet voordat duidelijk was of hij recht had op asiel in Duitsland.
De rechtbank oordeelde dat het aan de Duitse autoriteiten was om te bepalen of eiser naar Albanië moest terugkeren en dat Nederland niet bevoegd was hem in bewaring te stellen met het oog op uitzetting naar Albanië. De bewaring werd daarom met ingang van 9 februari 2018 opgeheven.
Daarnaast kende de rechtbank eiser een schadevergoeding toe voor 15 dagen onrechtmatige bewaring en veroordeelde verweerder in de proceskosten. Het beroep tegen de ophouding werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De maatregel van bewaring wordt opgeheven en eiser krijgt een schadevergoeding van €1.225,- toegekend.