ECLI:NL:RBDHA:2018:10008
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens onvoldoende motivering lichter middel bij asielzoeker
Eiser, een asielzoeker die ook in Bulgarije, Hongarije en Italië geregistreerd staat, werd op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000 in bewaring gesteld. Hij stelde dat hij alleen in Nederland asiel had aangevraagd en dat de bewaring op een verkeerde grondslag was gebaseerd. Tevens voerde hij aan dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom geen lichter middel, zoals verblijf in een AZC met meldplicht, mogelijk was.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom een lichter middel niet volstond. De afweging en motivering waarom eiser als asielzoeker niet in aanmerking kwam voor een meldplicht ontbraken volledig in het besluit. Dit maakte de maatregel van bewaring onrechtmatig vanaf het moment van opleggen.
De rechtbank beveelt daarom de opheffing van de bewaring met ingang van 5 april 2018 en kent eiser een schadevergoeding toe van €1.280,- voor 16 dagen onrechtmatige bewaring. Daarnaast veroordeelt zij de Staat tot betaling van de proceskosten van €1.002,- aan de rechtsbijstandverlener van eiser. Het beroep wordt gegrond verklaard.
Uitkomst: De maatregel van bewaring wordt opgeheven wegens onvoldoende motivering en eiser krijgt een schadevergoeding van €1.280 toegekend.