Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 21 augustus 2018 in de zaak tussen
[eiser], te [plaats], eiser
de raad van bestuur van het Erasmus Medisch Centrum Rotterdam, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Eiser heeft op 13 april 2015 en 10 mei 2016 verweerder op grond van artikel 3 van Pro de Wob verzocht om toezending van documenten en digitale beelden van experimenten met apen van 2010 tot 13 april 2015 en om toezending van documenten die gaan over of betrekking hebben op onderzoeksvoorstellen, protocollen en verslagen van experimenten gedaan met apen over de periode van 1 januari 2011 tot 10 mei 2016.
De rechtbank heeft terecht overwogen dat de staatssecretaris aannemelijk heeft gemaakt dat openbaarmaking van de namen en adresgegevens van proefdierlocaties kan leiden tot onevenredige benadeling van deze instellingen en hun medewerkers. Daarmee wordt immers bekend op welke instellingen de al openbaar gemaakte inspectieverslagen betrekking hebben en waar de proefdierlocaties zijn gevestigd. Deze instellingen hebben naar aanleiding van deze inspecties een waarschuwing gekregen. Uit hetgeen hiervoor onder 2.2. is overwogen volgt dat de rechtbank de staatssecretaris terecht in zijn standpunt is gevolgd dat het risico van dierenrechtenactivisme nog altijd reëel is. Er is dan ook voldoende vrees voor een toename van het risico van tegen de instellingen en hun medewerkers gerichte buitensporige acties bij openbaarmaking van de namen en adresgegevens van de proefdierlocaties. De staatssecretaris heeft openbaarmaking van deze gegevens in redelijkheid krachtens artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wob kunnen weigeren, zoals de rechtbank terecht heeft geoordeeld.”
€ 501,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een wegingsfactor 1).
Beslissing
mr. M.J.L. van der Waals, leden, in aanwezigheid van mr. J.R. van Veen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 augustus 2018.