ECLI:NL:RBDHA:2018:10081
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Spanje op grond van Dublinverordening
Eiseres, met de Iraanse nationaliteit, heeft op 6 april 2018 een asielaanvraag ingediend in Nederland. Verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat op grond van de Dublinverordening is vastgesteld dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Nederland heeft op 9 mei 2018 een verzoek tot terugname van eiseres aan Spanje gedaan, dat op 17 mei 2018 is aanvaard.
Eiseres stelde dat zij met bewijsstukken had aangetoond dat zij het Schengengebied voor ten minste drie maanden had verlaten en dat Nederland daarom verantwoordelijk zou moeten zijn. De rechtbank oordeelt echter dat eiseres onvoldoende bewijs heeft geleverd om deze periode van drie maanden aan te tonen. Uit de paspoortstempels en een nieuw rijbewijs blijkt slechts een periode van minder dan drie weken buiten het Schengengebied.
De rechtbank wijst erop dat de bewijslast bij eiseres ligt en dat het betoog dat het moeilijk is originele documenten te verkrijgen niet afdoende is. Ook is niet voldaan aan artikel 19, tweede lid, van de Dublinverordening. Daarom is er geen aanleiding voor toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening of nader onderzoek op grond van artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij het Schengengebied langer dan drie maanden heeft verlaten.