De rechtbank Den Haag heeft op 23 augustus 2018 uitspraak gedaan in de zaak tegen een verdachte die op 20 april 2018 het Joodse monument op het Rabbijn Maarssenplein in Den Haag met een stift heeft beklad. De verdachte heeft verklaard dat het een impulsieve, extraverte actie was zonder de intentie om een groep te beledigen. De rechtbank oordeelde dat het opzet gericht was op het beschadigen van het monument, ongeacht of de beschadiging blijvend was.
De verdediging voerde aan dat de bekladding beperkt was en dat de verdachte de inkt wilde verwijderen, maar dit weerlegde de rechtbank. Er is rekening gehouden met eerdere veroordelingen van de verdachte, waaronder een soortgelijk feit, en met zijn psychische problematiek die echter onvoldoende onderzocht kon worden door weigering van medewerking.
De rechtbank veroordeelde de verdachte tot een taakstraf van 20 uur, met een vervangende hechtenis van 10 dagen indien niet naar behoren uitgevoerd. De tijd in voorarrest wordt in mindering gebracht. De straf is passend geacht gezien de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden en de recidive van de verdachte.