ECLI:NL:RBDHA:2018:1013
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening gronden bij intrekking verblijfsvergunning
Eiser diende een aanvraag tot vervanging van zijn verblijfsdocument in en gaf aan dat zijn persoonsgegevens onjuist waren. Verweerder trok daarop de verblijfsvergunning met terugwerkende kracht in wegens identiteitsfraude en wees de aanvraag af. Het bezwaar van eiser werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de gronden niet binnen de gestelde termijn werden ingediend, ondanks een herstelverzuimbrief.
Eiser betoogde dat de brief niet correct was verzonden en dat het niet-ontvankelijk verklaren excessief formalisme was gezien zijn langdurige verblijf en maatschappelijke binding in Nederland. De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat de brief correct was verzonden en dat eiser geen feiten had gesteld die ontvangst betwijfelden.
De rechtbank vond geen sprake van excessief formalisme en oordeelde dat het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel niet waren geschonden. Daarom werd het bezwaarschrift terecht niet-ontvankelijk verklaard en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het bezwaarschrift is terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van de gronden en het beroep is ongegrond.