ECLI:NL:RBDHA:2018:10143
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering behandeling asielaanvraag wegens Dublinoverdracht aan Italië
Eiser, een Soedanese nationaliteit, diende op 20 augustus 2017 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Nederland had een verzoek tot overname aan Italië gedaan, dat werd aanvaard.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Italië niet meer geldt vanwege tekortkomingen in de Italiaanse asielprocedure en opvang, waaronder het risico op dakloosheid en refoulement. Hij ondersteunde dit met rapporten van de Europese Commissie, Amnesty International, Human Rights Watch en de Raad van Europa.
De rechtbank oordeelde dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State eerder hadden geoordeeld dat de situatie in Italië geen zodanige ernstige tekortkomingen vertoont die overdracht in de weg staan. De door eiser overgelegde rapporten betroffen een eerdere periode en geven geen wezenlijk ander beeld. Ook het risico op refoulement is niet aannemelijk gemaakt.
De rechtbank concludeerde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Italië nog steeds geldt en dat er geen grond is om het besluit te vernietigen. Het beroep is daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering tot behandeling van de asielaanvraag wegens overdracht aan Italië wordt ongegrond verklaard.