ECLI:NL:RBDHA:2018:10166
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Sleeswijk Visser-de Boer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf nareis pleegkind Eritrea wegens ontbreken feitelijke gezinsband
Eiser, een minderjarige met de Eritrese nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis asiel, aangevraagd door zijn tante (referente). Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser niet feitelijk tot het gezin van referente behoorde. De biologische moeder van eiser was nog in leven en er ontbraken medische stukken die haar ongeschiktheid tot zorg konden aantonen. Ook ontbraken documenten over voogdij en het overlijden van de vader van eiser.
De rechtbank overwoog dat hoewel referente een bijdrage leverde aan de zorg voor eiser, zij nooit zelfstandig de verantwoordelijkheid droeg. De zorg werd gedeeld met de vader van referente en andere familieleden. De periode na het overlijden van de vader, waarin referente alleen voor eiser zou hebben gezorgd, was te kort om een pleegouderrelatie te doen ontstaan. Daarnaast was eiser na vertrek van referente in huis genomen door een tante.
Verklaringen over een huwelijk van referente en haar echtgenoot werden als ongeloofwaardig beoordeeld, mede omdat de huwelijksakte vals bleek. De rechtbank concludeerde dat eiser niet feitelijk tot het gezin van referente behoorde en dat de aanvraag daarom terecht was afgewezen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis is ongegrond verklaard.